maandag 22 oktober 2012

Mogen mannen/vrouwen spreken met niet-mahrams ?

(Niet-mahram = Een persoon met wie je kunt huwen)

“Oh vrouwen van de Profeet! Jullie zijn als geen van de vrouwen. Als jullie godvrezend zijn, wees dan niet bedeesd bij het spreken, opdat niet iemand in wiens hart een ziekte is (of hypocrisie, of een slecht verlangen, enz.) een verlangen zal krijgen, maar spreek op een behoorlijke manier.” (al-Azhaab 33:32)

De conclusie is dat als een vrouw met een niet-mahram spreekt, ze zich moet houden aan wat er in de aya staat. Ze moet wegblijven van wat verboden is en haar plichten nakomen. Ze mag alleen spreken als het nodig is, en alleen over toegestane en eerbare zaken, niet over slechte. Tussen een vrouw en een niet-mahram man mag er niet gesproken worden met dubbele betekenis, toespelingen, kletsen, grapjes maken, flirten
of op een speelse manier, zodat er geen plek is voor uitingen van verlangens en twijfels. Het is niet verboden voor vrouwen om met niet-mahrams te spreken als het nodig is, zoals wanneer je iets koopt of een andere financiële transactie doet, omdat het in dit geval nodig is voor beide partijen om te spreken. Een vrouw mag ook een geleerde vragen over een Islamitische zaak, en een man mag een een geleerde vrouw zulke dingen vragen, zoals staat in verschillende teksten in de Qur’an en Sunnah.

Bron: al-Mufassal fi Ahkaam al-Mar’ah door ‘Abd al-Kareem Zaydaan, vol. 3/276)

Imam Abu Dawūd en Imam an-Nasa’i overleveren van Sayyida A’isha (moge Allah tevreden zijn met haar) dat ze zei: 

“Een vrouw reikte haar hand vanachter een gordijn om een stukje papier aan de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) te geven. De Boodschapper van Allah trok zijn handen terug en zei: “Ik weet niet of dit de hand van een man of de hand van een vrouw.” A’isha zei dat het de hand van een vrouw was.

Deze Hadith is helder in de zin van dat de Metgezellen van de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) een afscheiding (hijāb) naleefden, op een manier waarop er een doek of een sluier tussen de seksen gebruikt werd. Als een vrije omgang acceptabel was, dan was er hier geen behoefte voor nodig. Als daarnaast een dergelijke scheiding tegen de geest van de Shari’ah was, zou de Boodschapper van Allah dit hebben aangekaart aan haar.

Imam al-Bukhāri en Imam Muslim overleveren in hun Sahīh van Uqba ibn Amir (moge Allah tevreden zijn met hem) dat de Boodschapper van Allah zei: 

“Kom niet nabij (niet-Mahram) vrouwen.” Een persoon vroeg: “Hoe zit het met aangetrouwde familieleden?” De Boodschapper van Allah (Allah zegene hem en geve hem vrede) antwoordde, “Aangetrouwde familieleden zijn de dood.

De Profeet van Allah (Allah zegene hem en geve hem vrede) vergeleek mannelijke, aangetrouwde familieleden met de dood. Dit betekent dat iemand nog voorzichtiger moet zijn met de schoonfamilie met betrekking tot de omgang, omdat er een groter risico bestaat voor Fitna, vooral als we kijken naar het comfortabele, en sociale sfeer waarin beide partijen hun waakzaamheid kunnen verliezen, en vergeten hun ogen neer te slaan.

Imam Muslim overlevert van Jarir ibn Abdullah (moge Allah tevreden zijn met hem) die zei:

“Ik vroeg de Boodschapper van Allah over de plotselinge, vluchtige blik naar een niet-Mahram. Hij beval mij dat ik mijn ogen moest afwenden.”

Burayda overleverde dat de Boodschapper van Allah tegen ‘Ali (moge Allah tevreden zijn met hem) zei:

“O Ali! Laat jouw blik niet volgen met nog een blik, omdat de eerste (blik) vergeven is, en niet de tweede.
(Overgeleverd door Tirmidhi, Abu Dawud en Imam Ahmad)

Het bovenstaande en andere verzen van de Qur’an met daarbij de tradities van de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) duiden de belangrijkheid van het naleven van de fatsoenlijke grenzen omtrent de omgang tussen de seksen.

Zinaa (overspel of ontucht) door Allah verboden verklaard, maar zelfs al datgene wat een aanleiding kan zijn voor zinaa, zoals het zich alleen terugtrekken van een man met een vrouw (Adjnabiyyah) in een ruimte waar zij ongestoord hun gang kunnen gaan, of het kijken naar een vrouw, of het zonder reden aanspreken van een vrouw.

Allah zegt (interpretatie van de betekenis):
“En nadert niet de onzedelijkheden, wat daarvan zichtbaar is en wat verborgen is.” 

(Soerat al-Ancaam: 151)

“Zeg (O Mohammed) tegen de gelovige mannen dat zij hun blikken neerslaan en hun kuisheid bewaken, dat is reiner voor hen. Voorwaar Allah is Alwetend over wat zij doen. En zeg tegen de gelovige vrouwen dat zij hun blikken neerslaan en hun kuisheid bewaken.” (Soerat an-Noer: 30-31)
"En nadert geen ontucht." 

(Soerat al-Israa': 32)

En de Profeet (vrede zij met hem): "Een man trekt zich niet alleen terug met een vrouw of shaytan is hun derde."

Ook zei hij: "Waarlijk, Allah benijdt (op een manier die bij Zijn Grootsheid past) . En de nijd van Allah vindt plaats wanneer een gelovige zich schuldig maakt aan datgene wat Allah voor hem verboden heeft verklaard." 

(al-Boechari en Moeslim)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten